Een goed mes maakt koken sneller, veiliger en leuker. Een bot mes glijdt weg van een tomaat of ui, en dan snij je jezelf eerder dan met een scherp exemplaar. Je hebt geen hele set nodig. Met drie goede messen kom je ver.
1. Het koksmes
Het werkpaard van de keuken. Een lemmet van 18 tot 21 centimeter, waarmee je groenten, vlees, kruiden en vis snijdt. Kies er een dat goed in je hand ligt: niet te zwaar, met een greep die niet glibberig wordt.
Japanse varianten zoals een santoku zijn iets korter en lichter, met een rechtere snijkant. Dat is een kwestie van voorkeur.
2. Het officemesje
Een klein mes van 8 tot 10 centimeter voor schillen, kleine groenten, fruit en precisiewerk.
3. Het broodmes
Een gekarteld mes voor brood, maar ook voor tomaten en zachte vruchten met een stevige schil.
Staal: wat is het verschil?
- Roestvrij staal: makkelijk in onderhoud, roest niet snel. Het meest gekozen.
- Koolstofstaal: wordt vaak scherper, maar kan verkleuren en roesten als je het nat laat liggen.
Een harder staal blijft langer scherp, maar is brosser: een val op een tegelvloer kan een stukje uit de snijkant breken.
Scherp houden
- Aanzetstaal: haalt een omgeplooide snijkant weer recht. Gebruik het regelmatig, liefst voor elk gebruik.
- Slijpsteen: haalt echt materiaal weg en maakt een nieuwe snijkant. Een paar keer per jaar volstaat voor de meeste huishoudens.
- Laat slijpen: veel kookwinkels en messenslijpers bieden dat aan.
Wat je beter niet doet
- messen in de vaatwasser: ze worden bot en de greep lijdt eronder
- snijden op glas, steen of keramiek: dat maakt elke snijkant snel kapot
- losse messen in een lade: ze botsen tegen ander bestek
Bewaar je messen op een magnetische strip, in een messenblok of met een beschermhoesje.
Snijplank
Snij op een houten of kunststof plank. Die is zacht genoeg om je mes te sparen.


